Kintyre Way

de regenbroek die ze mij verkocht ging precies twee hele dagen mee, daarna was hij aan flarden. Dit gold ook voor de gamaschen die ik bij Bol.com had gekocht. Nu moet je bij een online boekwinkel natuurlijk geen zwerfspullen kopen. De coating was na één dag al stuk (foto rechts) 

en daardoor waren ze niet meer waterdicht. Overigens is dit bedrag €19.00 vergoed door de boekwinkel.

Een local fisherman, (st Jacobs schelpen?) helpt F met benzine, hij draagt een enorme oranje plastic broek die met zijn laarzen één geheel vormen. Waarmee je hiermee te water raakt heb je volgens mij weinig kans te overleven, of je moet nog kans zien je broek uit te trekken.

Van een bootje in de haven wordt wat benzine uit de tank van de buitenboordmotor getapt, de helft gutst over de bodem van de boot, gelukkig heeft hij wel net zijn sigaret uitgemaakt. We krijgen ook een zak met aanmaakblokjes aangereikt om een kampvuur te maken, en daar hebben we elke avond dankbaar gebruik van gemaakt.

We hebben nog een geanimeerd gesprekje waar ik niets van begrijp. Tarbert is een vissersdorp vooral vroeger werd er veel haring  gevangen en was het er veel drukker. Het is nog steeds een leuke plek om even rond te kijken. Een paar jaar eerder waren wij er op de fiets, op weg naar Islay

Op weg

De route is zo goed gemarkeerd dat ik nauwelijks op mijn GPS hoef te kijken, bovendien maken we wat varianten. Het hoost, dus vol goede moed gaan we op pad, het is tegen vieren, veel zal er niet meer gelopen worden. We bewonderen even Tarbert Castle, een ruïne uit de 13e eeuw.  Daarna lopen over een brede track, waar ook vrachtauto’s kunnen rijden, (Die rijden er nu niet) en stoppen in een bos. Het kost wat moeite om vuur te  maken en ik lig daarom al vroeg in de tent. F houdt het nog even langer vol. Mijn slaapmatje gaat een flinke bult vertonen die in de loop van de week erger wordt. Elke nacht heb ik minder ruimte beschikbaar.

tarbertDe volgende dag is koud en nat met veel kilometers over een ‘dirt track’ waar met hout geladen vrachtwagens hun weg zoeken. ’s Avonds kamperen we aan een pad  bij een somber maar sfeervol meer, ik ben zo moe dat ik bibberend onderaan de bult van mijn slaapmat in mijn donzen slaapzak ga liggen en van F een maaltijd door de ritssluiting geschoven kreeg. Zo weet je weer wie je vrienden zijn. Een paar aspirines helpen mij door de nacht. Hoesten put je behoorlijk uit.

We komen aan in Clachan, bij het “Clachan filling station” kopen we een vieze verpakte sandwich en een koffie, we eten het brood op, op de stoep voor het station. Een magere lange dame die daar ook wat boodschappen komt doen monstert ons even bij het naar binnen gaan, teruggekomen nodigt ze ons uit voor een koffie in Tayinloan, even verderop, even verderop (Een kilometer of 12) zullen we die dag niet meer bereiken. Een wat oudere dame die ook boodschapjes komt doen, passeert mij op een halve meter maar kijkt niet op of om en groet mij niet.

De avond kamperen we in een bos vlakbij de kust, we scheppen water uit een grote plas voor de avondmaaltijd. Even verderop is een trailerpark. In het bos is het windstil en er is voldoende hout, een prima plek dus.

F, die nog even naar de zee gaat kijken wordt na enkele minuten weer het bos ingeblazen. Ik ben behoorlijk verkouden, en mijn longen doen zeer van het hoesten, een paar paracetemol helpt me weer door de nacht. We lopen de volgende dag wat geforceerd over een pad en langs het strand, de A83 loopt namelijk steeds vlak naast ons. In Taynloan, krijgen we geen koffie in het winkeltje, een wijf zo groot als een telefooncel zegt ‘We’re waiting for the stock to arrive’. Deze voorraad bestaat uit geprepareerde bekers, waarin in de bodem naast grote hoeveelheden zoetstof  allerlei vieze soorten vies poeder zit, water erbij en klaar. Er staat een pot Nescafé naast de heet waterkoker. Later had ik spijt er niet om gevraagd te hebben. Ook wil ze ons geen bier verkopen omdat het te vroeg is. Muts!!

Even later lopen 

we langs het rijtjeshuis van de gastvrije dame van het benzine station, nr 34. Het is vroeg, dus we bellen niet aan, een buurvrouw gaat de groeten doen aan ‘the German lady’.

Wat moet je toch in zo’n triest winderig dorpje?

Daarna worden we door de route nog even langs de kust (dode dolfijn met een kapotte snuit) gestuurd en gaan dan oostwaarts, een breed pad op, F attendeert me op een diepe kloof met een waterval, die ik anders compleet gemist zou hebben We blijven kilometers lang een breed pad volgen. Maar s’avonds hebben we een mooie kampeerplek, helder licht en uitzicht op Goatfell (Arran). ’s Morgens is de rits van de tent bevroren en moet ik voorzichtig zijn met het kwetsbare materiaal. Eenmaal weer aan de kust lopen we door Carradale, een geweldig dorpje aan het water, dat de zon schijnt helpt hier natuurlijk ook.  Daarna slingeren we weer het binnenland in en na een paar uur zijn we op de helft van de route. 50 mijl. De uitzichten zijn geweldig. We ontmoeten een stel met twee Frisian horses, de een zelf gehaald, en de ander in een bevroren buisje laten opsturen, dat scheelt weer in de transport kosten moet je maar denken.

En dan eindelijk Campletown. Eerst maar eens twee Guinnes, Campletown is een ‘big City’ met een prima Backpackers accommoda

tie, alleen jammer van de afzuigkap die we niet aan de gang kregen, vooral omdat F grote hoeveelheden spek en black pudding  in brand ging steken. Maar eerst bezoeken we de Springbank distillery, niet ons favoriete merk, een prima rondleiding maar wel een heel bescheiden dram aan het eind. Of ben ik nu te drammerig. In de bottelarij waar een 37 jaar oude Bhunnahabhain wordt verpakt kan ik F er maar nauwelijks van weerhouden een flesje te jatten.

Paul McCartney  heeft een boerderij vlak bij Campletown, nadat de Beatles uit elkaar gingen heeft hij daar een tijdje doorgebracht, samen men zijn vrouw Linda die in 1998 overleed aan de gevolgen van bortstkanker. Nu komt hij er nauwelijks nog. Hier schreef hij ook zijn bekende zeiknummer over dit schiereiland.

Later in de week ontstond er enige ongerustheid bij F, aangaande het aantal units alcohol dat een volwassen man mag nuttigen, dit zijn er 14/week, dat haal ik nooit dacht hij, gelukkig bleek de angst ongegrond. Een Guinness bevat al 2,5 units, dus wij hadden in een uurtje al een derde van ons week-doel gehaald. De meegenomen whisky tel ik nog even niet omdat we die in het donker drinken en dan gelden er weer andere regels geloof ik.

Op pad maar weer nu langs de Oostkust naar het zuiden. Ook hier lopen we relatief lang over een smalle asfaltweg, maar het uitzicht is prachtig en het weer prima. We zien Davaar isle , bij eb bereikbaar.

Maar ook Ailsa Craig

, waar de beste curling stenen vandaan komen.  Pas na een aantal uren komen we bij een afslag naar zee, Polliwilline, lege stranden met verlaten stacaravans, we kamperen vrijwel op het strand en krijgen ‘s avonds bezoek van een boer, die ons vol genoegen vertelde dat ze wel een oude caravan naar het strand slepen om die vervolgens in de fik te steken, om de feestvreugde te verhogen worden er dan busjes aanstekerbenzine in de vlammen gegooid

Wij zien de restanten voor onze voeten, zelfs een half-verbrand flat-screen ligt nog in het zand,de boer verzekert dat alles zal worden opgeruimd en als schroot verkocht gaat worden.

Verder is hij wel zo aardig om ons een leegstaande caravan aan te bieden. Wij kijken wel uit natuurlijk. ‘S nachts wordt er een worst van 250gram uit de voortent gestolen door een of ander brutaal roofdiertje.

We hebben nog twee dagen voor de boeg, en na nog een paar kilometer langs de kust gelopen te hebben, (Op advies van de brandstichter) komen we weer op de weg uit, richting South end, dat iets van de Zee af ligt.

Al op grote afstand zien een enorm wit gebouw, een graansilo, een fabriekshal? Het is een dissonant in het landschap dat uiteindelijk een verlaten hotel blijkt te zijn. Een lelijk ding op een onmogelijke plek. (Keil Hotel ruin) geeft mijn kaartsoftware aan. Maar we zien gelukkig ook St Columbas foodsteps in de rots uitgehouwen.

Haha allemaal nep natuurlijk maar wel leuk om te zien. Uiteindelijk gaan we nog steeds over asfalt weer het binnenland in, na een paar droge dagen begint het te regenen, we lunchen in een open  schuur, waar een verregende, smerige hond ons na een tijdje komt begroeten, de lucht van de sardines heeft hem waarschijnlijk alert gemaakt.

Na een steile klim tot 350m zijn we weer in een leeg prachtig landschap, we lopen door tot aan een bomenrand, maar daar ligt te veel schapenstront, even verder vinden we een perfect plek onder een grote boom. We zitten volkomen droog en uit de wind. Hout is er genoeg. ‘s morgens krijgt F een zweepslag in zijn kuit, hij kan lopen, maar valt een keer, waardoor ook zijn nek nu zeer doet, gelukkig heeft hij Ibuprofen zalf bij zich en zo hobbelt hij voort.

Een paar nachten terug had ik zo’n last van mijn spieren in mijn rug door het  hoesten, dat mij ook in de tent de tube werd aangereikt, ik wierp deze na enkele seconden van me af, omdat ik mijn rug niet kon insmeren en het dus maar zo liet, F die dit opmerkte nam daar geen genoegen mee en smeerde mijn rug in. We lopen nu door een leeg landschap met prachtige uitzichten over zee, een verlaten strand en wilde geiten, er volgt een lange tocht door de modder, (amfibievoertuigjes ploegen de boel om) en komen  bij het eindpunt.

Er staat een kist op een paal met het Kintyre logboek er in. Ik schrijf dat we een prima tocht hadden. Maar liever wat minder gravel en asfalt zou hebben gezien. Zo, los dat maar eens op. Het verlangde biertje in Machrihanish gaat niet door, wegens een sterfgeval in het hotel. “One of our stafmembers died” We nemen de bus naar Campletown, waar we ons weer concentreren  op inname van het vereist aantal units. De volgende dag gaan we terug naar huis, onderweg heb ik alweer allerlei plannen voor een volgende tocht.

Was het de moeite waard? Ja dat was het, Schotland is altijd de moeite waard. Zou ik deze route aanraden? Nee wij hebben zo ongelooflijk veel kilometers gelopen in dit prachtige land, maar Kintyre is gewoon niet geschikt voor een echte zwerftocht met voldoende afwisseling, er zijn simpelweg onvoldoende paadjes. Vooral niet omdat lopen uitnodigt om de gebaande wegen te verlaten en hiervoor krijg je met al dat asfalt net te weinig kans.

Jos Aalders.

https://www.youtube.com/watch?v=kZlKGDW0WGU

http://hailcaledonia.com