IJsland 1987

IJsland !997 Info volgt, Frans gaat dias digitaliseren

IJsland 1990

Josien en Jos, info volgt

IJsland 1999, Skogafoss, Landmannalaugar

 

Voor de I-pad

IJsland

Dag 1.    Amsterdam Reykjavik    1
Dag 2.    Reykjavik Skoga    2
Dag 3.    Naar Torsmork.    2
Dag 4.    naar Botnar (een hut waar je  kunt kamperen)    3
Dag 5.    Dag 4: Van Botnar naar Alftavatn    4
Dag 6.    Van Alftavatn naar de hut Hrafntinnusker.    4
Dag 7.    Van Hrafntinnusker naar Landmannarlaugar    4
Dag 8.    Landmannarlaugar    4
Dag 9.    Vanaf Landmannarlaugar naar Reykjavik.    5
Dag 10.    Binnenlandse vlucht naar Isafjordur.    6
Dag 11.    Bæir Leirufjordur    6
Dag 12.    Hrafnsfjordur    7
Dag 13.    Furufjordur    7
Dag 18.    hesteyrarfjörður,    8
Dag 19.    terug naar Reykjavik    9
Dag 20.    Reykjavik    9
Dag 21.    Amsterdam    9


Hieronder worden twee wandeltochten beschreven in IJsland. Een tocht van Skoga naar Landmannarlaugar in het zuiden van IJsland, en een tocht in het Noordwesten van IJsland in Hornstrandir.
Dag 1.     Amsterdam Reykjavik
Wanneer we geland zijn op Keflavik Airport en na enkele financiële transacties buiten staan, overvalt me een euforisch gevoel van “heerlijk ik ben er weer”. Er valt nog weinig spectaculairs te ontdekken of het moet de enorme zilverkleurige ontkiemende hazelnoot  zo groot als een luchtballon zijn. De eventuele symbolische betekenis van dit ornament prikkelt m’n fantasie nauwelijks, maar fors is ie wel. Verder zien we een mooi gekleurd kunstwerk een eindje verderop op het vliegveld. Eerst denk ik nog dat er per ongeluk allerlei gekleurde parachutes in de landingslichten van het vliegveld  verstrengeld zijn geraakt, maar het blijkt zo te horen. In de verte zie ik alleen een paar bergen. Nee het heeft met de lucht te maken ik snuif weer IJslandse lucht. Ik sta weer op IJslandse bodem, zie weer een IJslandse skyline en voel weer de IJslandse wind. Dat was inmiddels negen jaar geleden.

Vanaf het vliegveld Keflavik gaat er een bus naar het BSI station in Reykjavik, vandaar kun je naar het centrum lopen is 1 km, of naar de camping is 4 km. Bus (gepast geld) 5 gaat naar de camping vanaf de busterminal in het centrum.
Om 7 uur ‘s morgens is er een gratis bus naar het BSI station vanaf de camping en vandaar vertrekken alle bussen naar verschillende bestemmingen.

Voor de tweede tocht hebben we voedsel en kleding in stuffbags in het depot op de camping gelaten. Het depot is verwarmd, dus laat geen bederfelijke waar achter in de zakken.
Dag 2.    Reykjavik Skoga
De bus naar Skoga vertrekt om 9 uur ‘s morgens en doet er een uur of drie over. Bij Skogar dat merkwaardig genoeg bos betekent is een hotel en een volksmuseum waarin  de Petursen, een boot uit 1855 waarmee zo’n 85 jaar in de zuidelijke wateren van IJsland is gevist. In het hotel moest ik noodgedwongen een nieuwe IJslandse trui kopen, omdat ik mijn 15 jaar oude trui onderweg in een coffeeshop heb laten liggen. Ik vraag aan de busbegeleidster of ze de trui op de terugweg wil meenemen en wil afgeven bij gevonden voorwerpen. Er wordt onmiddellijk ge-GSMd met het wegrestaurant. Geen punt allemaal, maar de trui zie ik nooit meer terug. Wanneer jullie besluiten naar IJsland te gaan en een blonde dame met stevige billen in een blauwe redelijk  versleten schipperstrui de kaartjes ziet knippen dan is dat mijn trui verdorie. Ontdoe haar van het kledingstuk en bezorg het mij terug. U begrijpt het wel: emotionele waarde en zo.

Maar waar het natuurlijk om gaat is de waterval, de Skógafoss.  We hebben een aantal uren de tijd om van dit wonder te genieten, omdat we op een reismaatje moeten wachten, die zijn slaapzak in Nederland had achtergelaten en nu een nieuwe aan het kopen is. Hij had ‘s nachts geprobeerd te overleven met al zijn kleding aan in een lakenzak. Te koud dus.
We liggen heerlijk in het gras te genieten van dit natuurverschijnsel, waarbij de enige dissonant wordt gevormd door een lawaaiige motormaaier waarvan de bestuurder de duidelijke opdracht heeft gekregen de middag te besteden aan het maaien van  het gazon. Het gazon lag er al bij als een Engels golfcourt , maar opdracht is opdracht. Om de 1220 m2  wordt er 1 grassprietje gescoord.

Wanneer de slaapzak om 3 uur nog niet is gearriveerd gaan we vast klimmen. In feite begint de route pal naast de waterval en volgen we de rivier langs de oost oever. Om de paar honderd meter doemt er weer een waterval op zodat je je na een uur vertwijfeld begint af te vragen of deze ook weer op de foto moet. Gewoon doen, thuis maar een selectie maken. We lopen tot een uur of zes. Na een uur voegt de verloren zoon met slaapzak zich weer bij ons. Het liften naar Skogar was een heel probleem, maar gelukkig zijn we weer compleet. Het is helder weer en we blikken terug in een vlakte met weilanden met aan de horizon de zee en de Skoga die daarin uitvloeit. Met een beetje geluk vind je hier het alpensneeuwhoen. Eigenlijk zeg ik hier dat we een alpensneeuwhoen zagen.
Dag 3.    Naar Torsmork.
Vrij hoog een paar honderd meter onder de pas is een splitsing. Een weg naar boven en een rechtdoor. Beide routes komen weer bij elkaar. Op deze hoogte is het mistig, maar vanaf hier is de route aangegeven met palen (GOD zij geloofd en geprezen) aangezien ik een gezelschapje moet leiden kan ik deze tekens goed gebruiken. Het is enorm slecht voor je imago als begeleider om op dag 2  in de mist te verdwalen op een gletsjer waaronder op dit ogenblik vulkanische activiteit wordt waargenomen. De eerste hut is dan ook goed te vinden voor een morningcoffee of een lunch. In de hut slapen nog drie mensen. Twee mannen komen op ons geluid naar beneden. Het zijn prachtige stoere boys, die een onbegrijpelijke taal bezigen. Later komt een frêle meisje de trap af. We raken in gesprek. Het blijken Finnen te zijn die gisteren een hele dag doorgebracht  hebben op de  Jokull. Ze waren  pas 's avonds laat teruggekeerd. Het meisje was daar ook bij betrokken. Wie zijn erotische fantasieën op de prachtige boys en het Finse schoonheidje wil loslaten, mag dit doen. De relaties werden ons niet duidelijk. De mogelijkheid dat zij gewoon het lieve zusje van een van de boys is, blijft daarbij ook bestaan.
De tweede hut ligt niet precies op de route, en wordt niet gezien in de inmiddels dichte mist. Dit was ook niet nodig.

Op de pas tref je vaak harde wind en er zijn een paar moeilijke passages, Veel mensen lopen de route omgekeerd vanaf Landmannarlaugar naar Skoga. Torsmork is dan de een na laatste etappe. Men kan dan bij slecht weer  afzien van de passage en de bus nemen vanaf Torsmork terug naar de bewoonde wereld. Wij hebben deze keus niet en daarom gaan we er hoe dan ook langs. Aan het eind van de dag komen we in Torsmork waar verschillende campings zijn. Wanneer je vrij wilt kamperen moet je dus eerder stoppen.

Bij Torsmork is wat bos en zijn er veel plantensoorten. Ik zie bijvoorbeeld de Sea Pea (spreek niet uit seja peja). Volgens mijn boekje Flowering Plants & Ferns of Iceland ‘Lathyrus Japonicus ssp. Maritimus’. In het Nederlands wellicht zee-erwt, maar dit heb ik nog niet kunnen vinden. (niet inheems in Nederland). Verder orchidee, wilgenroosjes,  silene, walstro teveel om op te noemen. Bij Torsmork kunnen als gezegd bussen komen. Dat dit niet altijd makkelijk gaat bewijst een klaarstaande trekker. Deze komt in actie om een vastzittende bus weer uit de rivier te trekken. De volle bus maakt rechtsomkeert zonder de hut aan te doen.
Dag 4.    naar Botnar (een hut waar je  kunt kamperen)
Vanaf Torsmork lopen we langs de rivier de Markarfjot die bezig is een geweldige kloof in het landschap te maken. Een prachtige route over graun (lavastof).

De route wordt door IJslanders wel eens vergeleken met hun drukste winkelstraat. OK vanaf Torsmork zien we inderdaad meer wandelaars, maar dit is nog geen reden om de route te mijden. Er is ruimte voor iedereen. Het pad biedt zo ongelooflijk veel afwisseling en avontuur, dat het gewoonweg dom zou zijn om de track niet te lopen wanneer je op IJsland bent en van een stevige tippel houdt. Wanneer je vrij wilt kamperen en dus niet bij een hut wilt staan moet je omzichtig te werk gaan. Ga een eind van het pad af en laat geen rommel achter steek je wc papier altijd in brand (na de tijd) en denk eraan dat het landschap kwetsbaar is. IJslanders zelf zien er overigens geen been in om zichzelf met 12 wielen aangedreven starwars-achtige voertuigen dwars door het landschap te graven.
Dag 5.    Dag 4: Van Botnar naar Alftavatn
Onze sportieve prestaties verbleken een beetje wanneer ons hardlopers tegemoet komen, die een soort supermarathon lopen. Van Landmannarlaugar naar Torsmork wat toch meer dan 50 km is en zeker niet over vlak terrein gaat. Bij een rivier zien we dat de lopers 2 grote zakken wordt aangereikt waarmee ze droog de overkant bereiken. Petje af. Iedere loper moedigen we aan en geven we applaus. Na een uur komen we nog een wat oudere dame tegen, die gebogen voort rent. Ik denk niet dat ze Torsmork gaat halen.
Dag 6.     Van Alftavatn naar de hut Hrafntinnusker.
We zien onze eerste solvatoren en borrelende modderpoelen. We ruiken de zwavel  en zien het geteisterde landschap. Omdat het helder weer is klimmen we ook nog even de Haskardingur op. Vanwaar we een groot aantal gletsjers zien die ons omringen. De Vatna Jokull is hiervan de grootste. Later op de dag wordt het mistig. We verzamelen  vulkanisch glas (obsidiaan) en blijven in de hut boven op de berg. Hutten zijn niet altijd te gebruiken. Vroeg arriveren of reserveren is het devies. Anders in de tent bij de hut overnachten.
Dag 7.    Van Hrafntinnusker naar Landmannarlaugar
Van de hut gaat het naar Landmannarlaugar het bad van de zwervers. We nemen de tijd bij het afdalen, omdat we vermoeden dat de mist gaat optrekken. Ons geduld wordt ook nu beloond tegen om 11 uur zien we het enorme lavavelden waarachter L. ligt. We zien veelkleurige bergen en de grilligste rotspartijen, die je in je dromen maar kan voorstellen. Wat een landschap! De lava is rond 1500 (dit is de 15e eeuw en niet de om drie uur natuurlijk) uitgestroomd.
Een van mijn reisgenoten vroeg  of het mogelijk was dat je verliefd kon worden op een berg. Wij beaamde dit volmondig. maar zeiden ook dat onderzoek had uitgewezen dat gemengde huwelijken  hogere scheidingspercentages kenden en dat voor een serieuze relatie de afstand een probleem kon worden. Mozes moet ook hier naar de berg.
Dag 8.    Landmannarlaugar
Vanaf Landmannarlaugar kun je een aantal dagtochten maken bijvoorbeeld naar Lottipullar dat vieze poel betekend of naar de Blahnukur een bergtop waarvan je bij helder weer 13 gletsjers kunt bewonderen.  Kom daar maar eens om op de Holterberg.

In Landmannarlaugar kun je ook heerlijke badderen in de warme poel die gevoed wordt door verschillende warme stroompjes. Heerlijk als het koud is, maar mijn kop is verbrand. De zon schijnt ongenadig en het water is heet. Ik krijg hittestuwingen dus ik zoek maar een koeler stukje op.

Op deze tocht hadden we voor zeven dagen eten meegenomen. We kampeerden wild of bij een hut waarbij je overigens alleen van het toilet gebruik kunt maken. Vaak kun je  ‘s avonds niet binnen zitten omdat de hutten volgeboekt zijn. Een keer hebben we zelf een hut genomen (Hrafntinnusker) boven op het obsidiaan veld voor Landmannarlaugar In de hutten is geen voedsel te koop, wel kun je voor een paar piek een ketel heet water kopen voor koffie thee of soep voor bij de lunch. In Landmannarlaugar stond in de zomer van ‘99 een oude bus waarin een soort winkelnerinkje met bier koffie thee bier brood bier etc.
Dag 9.    Vanaf Landmannarlaugar naar Reykjavik.
Vanaf Landmannarlaugar kun je de bus terug nemen naar Reykjavik. Je kunt ook doorgaan om de Myrdalsjokull naar de zuidkust. Dit is een spectaculaire tocht waarbij je met de bus door verschillende rivieren rijdt. Je komt dan langs de Eldgja kloof, daar waar het Noord-Atlantisch breukvlak zichtbaar is en verder naar Skaftafjell, ook weer een prima wandelgebied onder de Vatna Jokull.

Wij nemen de bus naar Reykjavik. Op deze overigens ook prachtige bustocht kom je langs de Hekla, een actieve vulkaan in een prachtig adembenemend landschap.

Dit is de afsluiting van de eerste tocht, we gaan ons voorbereiden  op het tweede gedeelte. Hornstrandir.

Dag 10.    Binnenlandse vlucht naar Isafjordur.

Hornstrandir is van een heel ander kaliber.

Waar het zuiden van IJsland spectaculair, populair en toegankelijk is, daar is Hornstrandir evenwichtig leeg en verlaten. Sommige kwade tongen vertalen evenwichtig als veel van hetzelfde, maar eenmaal thuisgekomen betreft het verlangen naar IJsland het verlangen naar Hornstrandir.

Ik vroeg een aantal reisgenoten of zij volgend jaar weer de bestemming IJsland zouden kiezen. Maar niemand antwoordde hier bevestigend op. IJsland was voor hen een streep op de balk van behaalde vakantiedoelen. Volgend jaar Canada, Peru Nepal of Zuid-Afrika.

We nemen een binnenlandse vlucht naar Isafjordur.  We zien uit het raampje Sneavelsness, een gletsjer op een vulkaan en Stykkisholmur liggen. Stykkisholmur is een klein visserdorp aan de voet van het schiereiland. De naam doet mij altijd denken aan incestueuze handelingen, maar dat ligt natuurlijk aan mij. Isafjordur ligt in een smal Fjord, dus dat levert een spectaculaire landing tussen steile rotsen op. Het is een heel aardig vissersdorp in het NW van IJsland. Het ligt net onder de poolcirkel, en omdat het in een stijl fjord ligt, zijn de zomers kort en de winters lang. De zon kan niet in het Fjord komen. Maar nu is het hoog zomer en warm. We genieten volop.

De camping ligt achter een soort campus en hotel. In ieder geval zijn ze in het hotel erg behulpzaam. Ze bellen de schipper voor me om de afspraak te bevestigen, en vragen ook wanneer ik terug zal komen. De boot zal ons morgenvroeg Hornstrandir brengen.

Dag 11.    Bæir Leirufjordur

Met de boot naar Bæir. Onderweg zien we meteen al papegaaiduikertjes. Deze pinguïnnetjes van het Noorden zijn aandoenlijke vliegertjes. Toen ik op mijn eerste reis naar IJsland zo’n vogeltje bij de visvakhandel kocht en bereidde, was er van het gezelschap niemand die dit culinaire genoegen wilde delen. Het smaakt een beetje naar wild of lever. De vogels worden gevangen met een groot net. Op de rotsen, waar die beesten komen om te broeden, wordt  het net heen en weer gezwaaid. Hun nieuwsgierigheid lokt ze in de val.  Curiosity kills the bird in dit geval.

We zetten nog een paar mensen af op het eilandje Æðey waarvan de bewoners vooral leven van het verzamelen van Eiderdons. Wij worden afgezet bij Bæir, een steiger vlak bij een boerderij. Ook ongeveer einde weg mocht je vanaf Isafjordur willen rijden met de auto. We lopen tot aan de rivier de Dalsá, steken deze over met een brug en beginnen dan aan een klim naar het noorden naar Leirufjordur. Dit is een klein fjordje dat deel uitmaakt van Jokulfirdir. Deze klim is erg  zwaar en erg steenachtig. Je kunt weer de stenen mannetjes volgen of de telefoonpalen, die ongeveer de route markeren. Een echt pad is er niet. Vanaf grote hoogte zien we het vuile gletsjerwater van de Dranga Jökull zich vermengen met het heldere fjordwater. Morgen zullen we door deze ijskoude rivier moeten. We zetten onze tent op een mooi grasveldje aan het water. En we zetten weer onze tent op maar nu iets hoger want het grasveldje is zoutminnend en staat gewoon twee keer blank per etmaal. Ach er gaat wel eens iets fout in het zwerversbestaan.
Dag 12.    Hrafnsfjordur
De volgende dag moeten we inderdaad door het uitstroomgebied van de gletsjer, omdat het vloed is moeten we het wat hogerop zoeken waardoor we dieper door het water moeten een aanslag op  je voeten en je hartspier. We blijven in noordelijke richting lopen tot aan het Hrafnsfjordur. Vanwaar we westwaarts gaan. We eten hier mosselen hoewel het nog wat vroeg in het seizoen is. Een van de wandelaars wordt dan ook ziek en offert het maal weer aan de zee.
Dag 13.    Furufjordur
De dag erop nemen we de pas naar het Furufjordur, nog steeds richting oost. Het is nu mistig en het gras is nat. We worden kliedernat.
Aan de noordkust ligt hout waarschijnlijk aangespoeld uit de Russische wouden. We kunnen een heerlijk vuur maken en ons eten erop bereiden. Dat scheelt weer benzine. We zien een aantal vossen. Ze blijken zo tam dat ze bijna uit je hand eten. Het zijn echte opportunisten, 's-avonds wanneer we bij het vuur zitten loopt er een vlak achter ons langs om zijn dagelijkse ronde langs de vloedlijn te maken.
Na een paar dagen passeren we een vuurtoren. Negen jaar geleden heb ik hier een aantal nachten gelogeerd bij Olafur, een echte communist. Een portret van Lenin hing vlakbij het geweer, een IJsberendoder. Ooit is er wel eens een beer aan land gestapt maar die staat al weer jaren in het museum van Reykjavik.
Olafur is net en paar dagen geleden vertrokken hoorde wij later. De weerberichten worden nu automatisch verzonden dus hij doet zomers alleen nog wat onderhoud. Ik sla op alle olievaten die in slagorde staan, ze zijn leeg. We maken koffie en gaan maar weer verder . We bekijken nog even de lier en de glijbaan die gebruikt wordt om goederen van het strand te hijsen. De dubbele schommel staat nog altijd achter het huis maar de touwen zijn vastgezet, die maken natuurlijk teveel lawaai in stormnachten. De kustlijn blijft spectaculair. We lopen langs hoge kliffen en of over zand of kiezelstranden, af en toe zie we een zeehond. Omdat geld hier niets waard is, ontstaat er een levendige handel in etenswaar. Ik ruil een reep pure chocola voor 100 cc pure malt whisky, en zo is ieder weer tevreden. Een verslaafde roker in ons gezelschap die door zijn sigaretten is geraakt, bied ik m’n pijp aan, het kost hem een paar slokken whisky maar zo heeft iedereen wat.

Paringsdans
Een Oost-Duits echtpaar dat even verderop aan de overkant van de rivier kampeert voert en rituele dans op, en aanschouwe van een zevenkoppig publiek. Weliswaar zonder muziek maar in een perfecte cadans werden eerst de regenbroeken  uitgetrokken.
En trek uit die broek eerst het linker been dan het rechter been, loop 10 meter, vouw de broek en leg neer de broek, keer terug en buig en strek en uit de cape en vouw en leg neer de cape en loop naar de rugzak, pak  de tent  en sla op de tent en links een haring  en rechts een haring en buig en stop. Dit duurde minstens een uur!

Ook hier is het zaak om of bij de noodhutten te kamperen of er een heel eind vandaan, het kamperen is hier wel gratis. Wanneer er stippellijnen op de kaart staan is een passage alleen mogelijk bij laag tij. En soms ligt het pad ook net wat hoger dan je denkt. let op de baai die Hornvik heet en de passage bij Tröllakambur op tijd omhoog klimmen en niet langs de rotsen gaan klauteren. Loop bij het hutje bij Rekavik  langs de kust naar het noorden. Je komt dan bij een punt dat Langikambur Fjöl heet.  Vanaf hier gaat er een steile klim over de pas, maar loop eerste even naar de vogelrots. Je ziet steile wanden onder en boven je vol met vogels. Op deze plek hebben we wel een uur lang ademloos genoten van deze prachtige natuur en het uitzicht op De Hornbjarg. Dit betekent inderdaad hoornberg. Na de klim dalen we weer af naar de volgende baai waar we tevergeefs een paar forellen proberen te vangen.
Dag 18.    hesteyrarfjörður,
Uiteindelijk lopen we van Kjaransvik over een 500 m hoge pas naar hesteyrarfjörður, een prachtige route over sneeuwvelden.
We kamperen in het uiterste puntje van dit fjord. Onze laatste nacht in de wildernis. Er worden nog wat kleren gewassen, nog wat mosselen verzameld en zelf duiken we ook nog in de rivier. De volgend morgen gaat een gedeelte van het gezelschap via de hoge route terug, terwijl ik met en paar anderen langs het strand naar Hesteyri lopen, dit lukt net voor de omkomende vloed de route overspoeld.

Hesteyri

Een voormalige walvisbaai. Later wordt dit een conservenfabriek, maar nu zijn er alleen zomers wat activiteiten. We worden uitgenodigd om koffie en pannenkoekjes te komen eten in het voormalig doktershuis. Er is een Japans of Koreaans kunstenaaresje neergestreken in dit verlaten oord. Ze is hier voor de tweede keer en heeft een expositie op de bovenkamers van het huis ingericht. Nieuwsgierig gaan we de collectie bekijken, het blijken niet meer dan kinderlijke potloodtekeningetjes te zijn van de omgeving, maar wat dondert het. Ze is vreselijk gelukkig hier, en erg openhartig. We worden op tijd opgepikt door de snelle boot uit Isafjordur. Met halsbrekende toeren wordt een 120 kg zware invalide dame via een wrakkig loopplankje in een dingy gehesen en daarmee naar de boot vervoerd. Alles gaat goed maar het is een hele toestand. Het Chineesje gaat ook aan boord en nog een stuk of veertien andere. Het is de vrouw van de kapitein die zich nu met de zaken bemoeid en volgens mij ook maar meteen 200 gulden meer vraagt dan afgesproken. Ze is erg druk maar heeft ook een koelkastje aan boord zodat we weer eens een biertje kunnen scoren. In Isafjordur doen we gezellig inkopen en bereiden een godenmaaltijd  op de camping achter het Hotel. we ontmoeten twee IJslandse dames die bereid zijn een fles zelfgestookte drank te nuttigen. Een van de dames heet Bokke. Misschien een prima IJslandse naam, maar ik vond het toch lastig om zoiets te zeggen als “excuse me Bokke, you wont some more of your own booz? De andere dame leek erg veel op Katerine Keil maar deze sprak veel beter IJslandse. hartstikke gezellig allemaal.
Dag 19.    terug naar Reykjavik
De volgend morgen gaan we met de bus terug naar Reykjavik. De bus gaat op zondag niet rechtstreeks, maar brengt ons naar de haven van Brjánslækur  vanwaar we met een bootje via het eilandje Flatey naar het incestplaatsje Stykkishólmur varen.
Stykkishólmur ligt op het schiereiland Snæfellsnes.

We spreken een aantal mensen van een andere reisorganisator. Een van de dames daarvan leest zout op mijn huid van  Benoite Groult. Ze laat onze jongste deelnemer even een passage lezen,  die onmiddellijk roept a gadverdamme ik zou meteen m’n tanden gaan poetsen. Verder probeert ze hem de voors en tegens van een tatoeage bij te brengen haar eigen tatoo zit op een plek  waarvan de frisse IJslandse lucht het niet toelaat dit kleinootje aan ons te showen.
In Stykkishólmur aangekomen moet je naar de andere kant van het plaatsje lopen vanwaar de bus vertrekt bij een benzinestation.
Dag 20.    Reykjavik
In Reykjavik hebben we nog een dag de tijd om allerlei tripjes te maken naar bijvoorbeeld de Geysir of de Gullfoss of een vlucht nar de Westmannejar eilanden.
Niemand doet dit. We hangen een dag rond in Reykjavik .en vertrekken ‘s morgens vroeg naar het vliegveld.
Het is handig om te weten dat er voor iedere vlucht een bus via de jeugdherberg naar het vliegveld vertrekt. Vergeet niet die bus van tevoren te reserveren in de herberg.
Dag 21.    Amsterdam

Einde